De Romaanse kunst wordt gekenmerkt door een overheersende godsdienstige architectuur (gewelven, basiliekvormen). Deze kwam op in Frankrijk rond het jaar duizend, aan het einde van de heerschappij van de Karolingers en is sterk aanwezig in de Charente-Maritime. Vervolgens spreidt het zich over heel Europa uit, terwijl het onderweg enkele oriëntaalse en barbaarse elementen opneemt.