De Charente bezit vele boslandschappen. Drie bossen zijn echter te onderscheiden vanwege hun grootte, maar ook vanwege hun specifieke eigenschappen: het bos van de Coubre, van Saint-Trojan en van Benon. Alle bossen worden overigens zorgvuldig beschermd, voornamelijk door de medewerkers van het Office National de la Forêt (ONF; nationaal bosbeheer).
Het bos van de Coubre, dat zich uitstrekt langs de ongerepte kust tussen Saint-Palais-sur-Mer en Ronce-les-Bains is het grootste staatsbos van het departement. In de zeedennen en de groene eiken wonen vele wilde diersoorten. Dit bos beschikt over een goede infrastructuur, zoals een fietspad dat er doorheen leidt en vele wandelpaden en ruiterpaden.
Op het île d’Oléron herbergt het bos van Saint-Trojan een ecologisch systeem van zeer goede kwaliteit. Dit is ook een bijzonder mooie plek voor tochten over de vele paden en fietspaden.
Niet ver van het moerasgebied van de Poitou ligt het bos van Benon. Een eigenaardig bosgebied waar tussen eiken, essen en ahorns, dankzij een combinatie van een zacht klimaat en het hoge aantal zonuren, zich een zeldzame exotische flora ontwikkeld.